Uitleg Leishmaniose door George Christakos (dierenarts uit Molai, Griekenland en specialist op het gebied van Leishmaniose)

 

Leishmaniose kan alleen worden overgedragen door de beet van bepaalde muggen. Deze muggen komen voor in de mediterrane landen en in Zuid-Amerika. Ze komen niet voor in Noord-Europa. Een dier dat leishmaniose heeft en in Nederland woont kan de ziekte niet overdragen op andere dieren. Dit kan alleen door die bepaalde mug die niet in Nederland voorkomt.

Daarom heeft een dier met leishmaniose die in Nederland behandeld wordt betere kansen op een volledige genezing en overleving omdat er geen herinfectie kan optreden, immers de mug komt hier niet voor.

 

Om te kijken of een dier leishmaniose heeft wordt er een bloedtest gedaan en wordt er een titerwaarde vastgesteld. Een titerwaarde is:

 

· een meting van antilichamen die aangemaakt zijn om te vechten tegen de vijand: de parasiet. Zelfs wanneer de parasiet niet meer in het lichaam aanwezig is houdt het dier de antilichamen voor het geval het dier weer in contact komt met de parasiet. Zo kan het zijn dat de titerwaardes pas dalen als een aanzienlijke tijd verstreken is (dit kan jaren zijn) en zolang de hond niet weer in contact komt met de parasiet.

· een meting van het immuunrespons van het dier, hoe hoger de waarde, hoe sterker de immuunrespons

· een indicatie van het aantal parasieten die in het lichaam circuleren bij een eerste bloedtest.

 

De hoogte van de titerwaarde zegt niet zozeer iets over de ernst van de ziekte maar geeft eerder informatie over de verstreken tijd vanaf het moment dat het dier voor het eerst in contact is gekomen met de parasiet.

Een hogere titerwaarde wil dus niet persé zeggen dat de hond ook ernstiger ziek is.

Hoe hoger de titerwaarde betekent meestal des te langer het dier is geïnfecteerd door de parasiet

 

Dierenartsen en eigenaren verwachten dat na behandeling de titerwaardes zullen gaan dalen.

Het geeft vaak verwarring als dit niet het geval blijkt te zijn en de waardes hetzelfde zijn of nauwelijks zijn gedaald. Men heeft dan de neiging om te geloven dat de behandeling heeft gefaald.

 

Behandeling: Er zijn 2 medicijnen waarmee de hond kan worden behandeld: Allopurinol en Milteforan.

 

· Milterforan: Met het medicijn Milteforan doden we direct de parasiet en wordt het aantal parasieten die in het lichaam circuleren minder. Milteforan is erg belastend voor het dier en kan daarom maar kort gebruikt worden. Omdat de parasiet moeilijk te doden is, is dat de voornaamste reden dat een dier voor langere tijd behandeld wordt met Allopurinol.

· Allopurinol: Wanneer er een behandeling met het medicijn Allopurinol ingezet wordt kan de parasiet zich niet meer vermenigvuldigen in het lichaam van het dier. Het immuunsysteem van het dier wordt in werking gesteld en zal proberen de parasieten te doden

 

Na een lange behandeling en bloedtesten kunnen we er op vertrouwen dat het dier vrij van de ziekte is en verdere medicatie niet meer nodig zal zijn.